Tijdens een improvisatiecursus liet ik mijn creativiteit vijf dagen lang de vrije loop. Ik speelde onder andere een kat op een kattenbak, een psychopathische lifter en een strohalm in het Wilde Westen. Het was leuk totdat een paar mensen, inclusief docent, tijdens een Hints-achtig spelletje spleetogen gingen trekken om de woorden “rijst” en “vertalen” uit te beelden.

Natuurlijk wist ik dat er in het theater wordt teruggegrepen op karikaturen, maar dit was gewoon op een luie manier een Aziaat nadoen met een beledigend gebaar. Hilarisch, hij is Aziatisch. Maar spleetogen trekken is alleen grappig voor de mensen die er niet hun hele leven lang mee geridiculiseerd worden. Ik kan mijn eigen ogen niet op en af zetten als ik er zin in heb.

Spleetogen trekken is niet alleen mijn basisschooltijd in een notendop, maar ook een flashback naar twee weken terug toen ik op straat liep om een pak melk te halen.Maar waar liggen de grenzen van humor? Wanneer loopt onschuldige lol over in bot racisme? Als een Chinees niet kan lachen om jouw Chinezenmop, als een Turk niet kan lachen om jouw Turkenmop en als een homo niet kan lachen om jouw homomop, dan moet je jezelf afvragen of er net niet gewoon smakeloze onzin uit je mond kwam.

Natuurlijk gaat iedereen wel eens de fout in met een leuk bedoelde grap die vervolgens in het verkeerde keelgat schiet. In zulke gevallen heeft de grappenmaker twee opties: als eerste kan hij de moeite nemen om te begrijpen waarom het beledigend is, dit erkennen en voortaan meer rekening houden met anderen. Of hij gaat zichzelf heftig verdedigen alsof hij net is beschuldigd van de moord op zijn moeder.

Hierbij gaat hij briezen als een stier en zeggen dat “je tegenwoordig nergens meer een grapje over kunt maken”. Kortzichtig genoemd worden is volgens de grappenmaker duizendmaal erger dan de jarenlange uitsluiting en dagelijkse microagressies die minderheden meemaken.

Kan ik dan werkelijk nergens om lachen? Schokkend genoeg is er iemand die mij wél de slappe lach bezorgt met zijn Chinezengrappen: de Indiaas-Amerikaanse stand-up comedian Russell Peters. Hij heeft door China gereisd, leerde de lokale bevolking kennen en weet het verschil tussen de Kantonese en Mandarijnse taal: “Catonese is the more flamboyant language. Also, it sounds like someone falling off a cliff.”

Hij grapt over de typische maniertjes van Chinezen, die ik herken van mijn eigen reizen en in mijn familie. En dat is the key van goeie comedy: herkenbaarheid, in plaats van een lading negatieve stereotypes. Daarnaast grapt Peters over Indiërs, Vietnamezen, Jamaicanen en andere bevolkingsgroepen. Zijn fanbase is net zo divers als de VN. Als mensen naar je show komen in de hoop dat je hun volk beledigt, dan doe je iets goeds.

Toen ik mijn theaterdocent erop aansprak, bood hij meteen zijn excuses aan. Hij was zich er niet van bewust en gooide het de volgende ochtend meteen in de groep. Meestal zijn mensen gewoon onwetend, maar gelukkig staan de meesten open voor kritiek. Het draait vooral om bewustwording.

Door: Janet Lie

Leave a comment